zaterdag 17 april 2010

Blind date - 1.

Hij stond niet waar hij had gezegd te zullen staan maar hij stond duidelijk te wachten op iemand, op haar. Merel aarzelde dan ook geen moment, gaf hem een kus op zijn mond, deed een stapje achteruit en boog devoot het hoofd zoals haar was gezegd te doen.

‘Voor wie kom je,’ vroeg de man.
‘Voor u mijnheer.’
‘Hoe is mijn naam?’

Ze zweeg verward. Dit ging anders dan ze had verwacht. Ze had hem al van verre zien staan op de brug in het zonnetje. Lang, mager en met donker haar zoals hij zichzelf omschreven had. 


Duizenden mannen die aan zo'n omschrijving voldoen maar maar één die op de hoek zou wachten op haar. Alle hoeken waren manloos geweest. Ze durfde haar hoofd niet op te tillen om te controleren of dat nog steeds zo was.

‘Hoe is mijn naam?’
‘Ik weet het niet, mijnheer.’
‘Je rent op mij af, kust me en weet niet hoe ik heet?’
‘Nee, mijnheer.’
 

‘En hoe noem ik jou?’ 
Ze trok haar schouders op. Een gebaar van onmacht en gêne. 
‘Zeg me hoe ik je noem.’
‘Slavin, mijnheer,’ na haar lichaamstaal was het nu haar stem die haar verried.

‘Zo, zo.’ 

Het bleef een tijdje stil. Hij pakte zijn telefoon uit zijn broekzak en drukte op de  toetsen. 

‘We gaan een hapje eten. Ik heb trek, jij ook?’
‘Ja, mijnheer.’
‘Waar heb je zin in?’
‘U heeft toch…’

‘Kijk me aan.’ 

Ze hief haar hoofd op. Hij zag er ouder uit dan ze verwacht had. Er liepen diepe groeven in het magere gelaat. Ze zocht zijn ogen. Hij schoof zijn zonnebril omhoog. 

‘Vertrouw je me?’
‘Ja, mijnheer.’
‘Mooi. Dan gaan we naar Johan. Die kookt hier op de Keizersgracht. Hij zal ons zeker iets lekkers voorzetten. Vind je dat goed, slavin?’
‘Ja, mijnheer.’


Hij pakte haar bij haar bovenarm en leidde haar de gracht op. Na een paar honderd meter bereikten ze een pand met een hoge stenen trap die naar een brede groen geverfde voordeur leidde. 

Onderaan de trap was een deur naar een souterrain of kelder. Dit was zeker geen restaurant. Dit was niet wat was afgesproken. Ze trok haar arm los.

‘Wat is er?’
‘We zouden dineren in een restaurant. Dit is geen restaurant.’
‘Nee, maar het eten is er ongekend lekker. Vertrouw je me?’ 

Ze aarzelde.

[.../deel 2]


Kate